Is een traplift aftrekbaar van de belasting?

Gemaakt met AI door 9to5 B.V. Gecontroleerd met AI op

In het kort

Betaalde je een traplift in 2014 of later? Dan mag je die niet aftrekken als specifieke zorgkosten. De wet sluit "aanpassingen aan, in of om een woning" uit. De regering schreef in 2013 dat een traplift daaronder valt. Ook de eigen bijdrage voor de Wmo mag je niet aftrekken. De Hoge Raad deed in 2020 een uitspraak over een traplift. Die ging over 2013, onder de oude wet. Op een traplift zit 21% btw, schrijft de Belastingdienst. Deze pagina is geen belastingadvies.

Betaalde je een traplift in 2014 of later? Dan mag je die niet aftrekken als specifieke zorgkosten. Dat staat in de wet. De regering noemde daarbij de traplift. Hieronder lees je waarom. En wat de uitspraak van de Hoge Raad uit 2020 wel en niet betekent. Deze pagina is geen belastingadvies.

Wat zegt de wet?

De regels staan in de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 6.17. Sommige hulpmiddelen mag je aftrekken als zorgkosten. Het gaat om hulpmiddelen die “hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt”. Maar de wet zegt ook wat in elk geval geen hulpmiddel is:

  • brillen, contactlenzen en andere hulpmiddelen voor het zien;
  • scootmobielen;
  • rolstoelen;
  • “aanpassingen aan, in of om een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan”.

Het woord traplift staat niet in dat artikel. Maar de regering schreef bij de wetswijziging in 2013: “Onder aanpassingen aan, in of om de woning die op grond van het tweede lid niet aftrekbaar zijn vallen bijvoorbeeld ook een traplift, een verlaagd aanrecht en een automatische deuropener.”

In 2014 zei de staatssecretaris van Financiën het nog een keer: “Voor alle uitgaven voor aanpassing aan, in of om een woning is aftrek met ingang van 2014 niet meer mogelijk.”

Ook de Belastingdienst noemt “aanpassingen aan, in of om een woning, woonboot of woonwagen” bij de kosten die niet aftrekbaar zijn.

Waarom mag het niet meer?

De regering gaf in 2013 de reden. Het gaat om “hulpmiddelen waarvan zonder meer vaststaat dat daarvoor een aanvraag op grond van de Wmo gedaan kan worden”. Voor een traplift kun je dus een aanvraag doen bij je gemeente, via de Wmo. Hoe dat werkt, lees je bij traplift via de Wmo. Wil je zelf kopen? Lees dan eerst zelf kopen of via de Wmo.

Vanaf wanneer geldt dit?

Het jaar waarin je betaalt, telt. De regering schreef in 2013: de nieuwe regel is “bedoeld voor hulpmiddelen die zijn betaald in 2014 of later”. En de staatssecretaris schreef in 2014: “Het jaar van betalen is beslissend of recht op aftrek bestaat.”

Vóór 2014 was het anders. In 2013 waren woningaanpassingen zoals een traplift “onder voorwaarden nog wel aftrekbaar”. Dat schreef de staatssecretaris in 2013. Sinds 1 januari 2014 staat de uitsluiting in de wet.

En de uitspraak van de Hoge Raad uit 2020?

Misschien las je dat een traplift wél aftrekbaar is. Of je las over een uitspraak van de Hoge Raad. Die is van 31 januari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:167). Dit was de zaak:

  • Een man liet in 2013 een traplift aanleggen. Hij trok de kosten af als specifieke zorgkosten.
  • Hij had geen vergoeding via de Wmo gevraagd. Volgens hem was zijn eigen bijdrage dan even hoog geweest als de traplift. Dat kwam door het inkomen van hem en zijn partner.
  • In de zaak stond vast dat de traplift in 2013 een “ander hulpmiddel” was.
  • De staatssecretaris van Financiën keek naar de eigen bijdrage voor de Wmo. Die mag je niet aftrekken. Volgens hem maakt het dan niet uit of je een Wmo-voorziening aanvroeg. De aftrek van de traplift mocht volgens hem dus niet. Hij legde de zaak voor aan de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde: de man was geen bijdrage onder de Wmo verschuldigd geworden. Daarom sloot de regel over Wmo-bijdragen zijn aftrek voor 2013 niet uit. De man kreeg gelijk.

Die zaak ging dus over het jaar 2013, onder de oude tekst van de wet. De uitsluiting van woningaanpassingen geldt sinds 2014. Daar ging de uitspraak niet over. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad schreef in zijn advies in deze zaak: “De aftrekmogelijkheid van kosten voor (de aanschaf van) trapliften op grond van artikel 6.17, lid 1, onderdeel d, Wet IB 2001 is met ingang van 2014 vervallen.”

Mag je de eigen bijdrage aftrekken?

Nee. De eigen bijdrage voor de Wmo mag je niet aftrekken. Dat staat in artikel 6.18 van de wet. Het CAK zegt het ook. Sinds 2009 kun je de eigen bijdrage voor de Wmo niet meer aftrekken. Wat die eigen bijdrage is, lees je bij eigen bijdrage.

Je mag alleen het deel van je zorgkosten aftrekken waarvoor je geen vergoeding kunt krijgen. Dat zegt de Belastingdienst. Als voorbeeld noemt de Belastingdienst je (aanvullende) zorgverzekering. Krijg je de vergoeding pas later? Dan mag je dat deel ook niet aftrekken.

Welke zorgkosten mag je wel aftrekken?

Sommige hulpmiddelen wel, zegt de Belastingdienst. De Belastingdienst noemt 2 voorwaarden:

  • vooral zieke of invalide mensen gebruiken het hulpmiddel;
  • de kosten vallen niet onder je eigen risico of een verplichte eigen bijdrage.

Je mag dan de kosten aftrekken om het te kopen en te onderhouden. En ook om het te repareren en te verzekeren. Voorbeelden van de Belastingdienst zijn steunzolen, een gehoorapparaat en een kunstgebit. Hulpmiddelen uit de basisverzekering van je zorgverzekering mag je nooit aftrekken.

Ook aanpassingen aan andere dingen dan je woning mag je aftrekken. Bijvoorbeeld aan je auto of je computer. De Belastingdienst noemt 2 voorwaarden:

  • de aanpassing is speciaal voor de ziekte of handicap gemaakt;
  • vooral zieke of invalide mensen gebruiken het aangepaste ding.

Voor een traplift geldt dit niet. Die valt onder de aanpassingen aan, in of om een woning. Ook een rolstoel, scootmobiel, rollator of sta-op-stoel mag je niet aftrekken, zegt de Belastingdienst.

Had je het ook via de Wmo kunnen krijgen?

Kocht je zelf een ander hulpmiddel? En had je dat ook via de Wmo kunnen krijgen? Daarover zijn de Belastingdienst en een rechter het niet eens.

De Belastingdienst schrijft in zijn Fiscale informatie voor 2026: je mag niet aftrekken “uitgaven voor een maatwerkvoorziening (incl. persoonsgebonden budgetten) als u geen beroep doet op de vergoeding of verstrekking die u daarvoor op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 had kunnen krijgen”. Een maatwerkvoorziening is hulp van de gemeente via de Wmo. Die hulp is afgestemd op jou. Bijvoorbeeld een hulpmiddel of een aanpassing van je woning.

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in 2024 anders. Een vrouw kocht in 2019 een elektrische fiets, op maat voor haar gemaakt. In 2009 had ze via de Wmo een tegemoetkoming gevraagd voor een elektrische fiets. Dat werd afgewezen. Voor de fiets uit 2019 vroeg ze geen Wmo aan. Het hof oordeelde: “De conclusie is dat de kosten voor de elektrische fiets wegens uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek kunnen worden gebracht zonder eerst een WMO-aanvraag te doen.”

Het hof keek daarbij naar de uitspraak van de Hoge Raad uit 2020. Daarin vond het hof geen steun voor de Belastingdienst.

Wat dit voor jouw hulpmiddel betekent, hangt af van je situatie. Twijfel je? Vraag het dan aan de Belastingdienst of aan een belastingadviseur.

Voor een traplift maakt dit niet uit. Een traplift die je in 2014 of later betaalde, mag je niet aftrekken. Dat staat in de wet. Het maakt niet uit of je de Wmo aanvroeg.

Voor alle zorgkosten gelden nog meer voorwaarden van de Belastingdienst:

  • Het gaat om noodzakelijke kosten door ziekte of handicap.
  • Je trekt ze af in het jaar waarin je betaalt.
  • Je betaalt ze zelf, of met een lening.

Bewaar je rekeningen, de overzichten van je zorgverzekeraar en je bankafschriften. Doe dat tot 5 jaar na het einde van het jaar. Kreeg je uitstel voor je aangifte? Tel die tijd er dan bij op. Dat zegt de Belastingdienst.

Je mag alleen het deel boven een drempel aftrekken. De aangifte rekent dat voor je uit. De Belastingdienst heeft ook een berekening in 5 stappen. De Belastingdienst kan je vragen om je kosten aan te tonen.

Welke btw zit op een traplift?

Op een traplift zit 21% btw. De Belastingdienst schrijft voor bedrijven: “Onder het 21%-tarief vallen: traplift (lift die het traplopen overneemt)”.

Een mechanische traploophulp zonder zitje valt wel onder 9% btw, schrijft de Belastingdienst. Zo’n hulp moet net als een looprek veiligheid en extra steun bieden. De staatssecretaris van Financiën legt het verschil uit: “Een traploophulp is daarom niet te vergelijken met een traplift (die immers het traplopen overneemt).”

In een zaak uit 2025 oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over trapliften. Volgens het hof is op de levering van trapliften “in beginsel het algemene tarief van toepassing”.

Wat een traplift kost, lees je bij wat kost een traplift.

Hoort bij: Traplift kosten: wat kost een traplift?

Bronnen

  1. Wet inkomstenbelasting 2001, artikelen 6.17 en 6.18 (versie geldend vanaf 21 februari 2026), Overheid.nl (wetten.overheid.nl). Geraadpleegd op .
  2. Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 6.17 (versie geldend vanaf 1 januari 2014), Overheid.nl (wetten.overheid.nl). Geraadpleegd op .
  3. Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 6.17 (tekst 2013, versie geldend vanaf 1 januari 2013), Overheid.nl (wetten.overheid.nl). Geraadpleegd op .
  4. Kamerstuk 33752 nr. 13, Tweede nota van wijziging Belastingplan 2014 (28 oktober 2013), Tweede Kamer der Staten-Generaal. Geraadpleegd op .
  5. Kamerstuk 33752 nr. 15, Verslag van een schriftelijk overleg Belastingplan 2014 (28 oktober 2013), Tweede Kamer der Staten-Generaal. Geraadpleegd op .
  6. Aanhangsel Handelingen II 2013-2014, nr. 1796: antwoorden van de staatssecretaris van Financiën over de aftrek van trapliften (25 april 2014), Tweede Kamer der Staten-Generaal. Geraadpleegd op .
  7. Welke kosten voor hulpmiddelen en behandelingen zijn niet aftrekbaar? (gewijzigd 10 september 2026), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  8. Hoge Raad, uitspraak van 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:167 (inkomstenbelasting 2013), Hoge Raad der Nederlanden (rechtspraak.nl). Geraadpleegd op .
  9. Conclusie van advocaat-generaal Niessen, 8 augustus 2019, ECLI:NL:PHR:2019:805, Parket bij de Hoge Raad (rechtspraak.nl). Geraadpleegd op .
  10. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1.1.1 (geldend vanaf 1 juli 2026), Overheid.nl (wetten.overheid.nl). Geraadpleegd op .
  11. Gerechtshof Amsterdam, uitspraak van 20 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2347 (inkomstenbelasting 2019), Gerechtshof Amsterdam (rechtspraak.nl). Geraadpleegd op .
  12. Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 17 Aftrek specifieke zorgkosten, 17.3.9 Welke kosten zijn niet aftrekbaar?, Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  13. Vragen over de eigen bijdrage (CAK, gewijzigd 25 januari 2023), CAK. Geraadpleegd op .
  14. Voorwaarden aftrek zorgkosten (gewijzigd 29 september 2026), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  15. Hulpmiddelen (aftrek zorgkosten, gewijzigd 11 mei 2026), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  16. Andere aanpassingen (gewijzigd 23 juni 2023), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  17. Aftrek zorgkosten (gewijzigd 29 september 2026), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  18. Hoe bereken ik de aftrek zorgkosten? (gewijzigd 23 juni 2023), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  19. Btw-tarief overige invalidenvoorzieningen (voor bedrijven, pagina zonder datum), Belastingdienst. Geraadpleegd op .
  20. Besluit omzetbelasting toelichting tabel I (staatssecretaris van Financiën, 22 december 2025, nr. 2025-30110), Staatssecretaris van Financiën (wetten.overheid.nl). Geraadpleegd op .
  21. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, uitspraak van 9 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7998, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (rechtspraak.nl). Geraadpleegd op .

Laatst gecontroleerd met AI op .